De Bevrijdingslaan bevindt zich ergens in het braakland tussen fascinatie en afgrijzen.

Volgens de ene de ideale plek voor een straatrace, afgezoomd door vluchtstroken links en rechts niet veel meer dan een lokaal verdeelcentrum van pizza en pitta, van legale en andere farmaceutica één langgerekte drive-in voor junk food met slalommende fietsers en donkere gapende bestelwagens, een eindeloze opeenvolging van winkels en bijhorende vitrines, uithangborden,  een mille-feuilles van overschilderingen en gevelbekledingen,  een kakafonie van beeld en klank met getoeter als soundtrack en een verzakkende kerk als symbool voor een veerkrachtige buurt

Volgens anderen een slagader van ontmoeting, één langgerekte uitnodiging tot ontmoeting
het kleurrijkste stukje van Gent, met vitrines vol fruit en suikerspinnen bruidsjurken, in de kleuren van snoepgoed: knalrood, kanariegeel, fluogroen, de bijhorende bruidsschatten te koop in kleurrijke blinkende winkels, naast neonverlichte grotten vol slurpende mannen, onbereikbaar gecast in een of andere Bijbelse spraakverwarring en z’n grondeloze drinkers in café’s weggelopen uit prentkaarten, voor zich uit starend of al walsend rond de immer aflopende tapbiljart. De straat van de toekomst, in de frontlinie van de superdiverse maatschappij, levendig, gekleurd, smekend om ontmoeting,

De Bevrijdingslaan als een jungle van coiffeurs en pittakoten, een walhalla van garageboxen, bereikbaar via baarmoederachtige steegjes uitgevend op de enige écht open ruimtes in de buurt, als een bizarre lokale vertaling van een ‘patio’: een ganse woonblok met uitzicht op een centrale idylle van golfplaten, kiezels en afbladderende verf, een cavalerie van lelijkheid, meer nachtmerrie dan droom, gebouwd in een eindeloze reeks planloze verbouwingen, niet gehinderd door één of andere visie op stadsontwikkeling. Zoals een chef-kok zijn bouillon uitkookt, zo uitgekookt is deze wijk, ontdaan van alle lichtvoetige elementen, tot zijn essentie: de met silicone geïnjecteerde baksteen, de lokale variant van botox. De alomtegenwoordigheid van coiffeurs laat zich makkelijk verklaren: de coiffeur, als esthetische strohalm, staat symbool voor alles wat de buurt nodig heeft: een decapage, een defrisering, een balayage en een laagske plix.

Maar een lelijke buurt is als een knellend korset, zijn bewoners dwingend elke dag het beste uit zichzelf te persen. Lelijkheid drukt niet alleen de prijzen, ze geeft ook kansen, aan mensen, om de lelijkheid te verdrijven, met woorden en daden, om de menselijke schoonheid te cultiveren als verzet, als negatie van de buurt: mensen als rozen in een distelveld. Lelijkheid als gemeenschappelijke vijand en daarmee meteen ook aanstoker van een verbindende groepsdynamiek. Daarom is ze een fantastische muze, haar onderdanen stimulerend tot het uitvoeren van mirakels met de toverstaf van verbondenheid en engagement.

Dus laat ons ervoor zorgen dat de wijk niet afglijdt tot een postkaart of een toeristische trekpleister, een esthetische verantwoorde slaapplek of een zielloos shoppingcomplex. Laat ons de lelijkheid koesteren, als een muze, want ze brengt ons samen. Zo blijft de Bevrijdingslaan, in al zijn authenticiteit, de ideale plek voor een dagje shoppen, uw wekelijkse portie wiet en uw dagelijkse dosis junk.